Ferdinand Hamer 1840-1900

 • China • Missiepionier • Bisschop • Martelaar •

Crypte met relikwie Ferdinand Hamer

Op een open veld bij T’ouo-tch’eng werd Ferdinand Hamer, op 24 juli 1900, levend verbrand. Zijn hoofd werd op een paal gestoken. Enkele dagen later werd het half verkoolde lijk in een kist gelegd en begraven. Het hoofd werd naast de kist in een kuil gegooid.

Een christen plaatste een kruisje in het veld om later de stoffelijke resten van Ferdinand Hamer terug te kunnen vinden.




Het stoffelijk overschot van bisschop Hamer.

Na het neerslaan van de Bokseropstand werd in de herfst van 1900 een Chinese priester naar T’ouo-tch’eng gestuurd. Hij kreeg toestemming van de overheid om het lijk van bisschop Hamer op te graven en in een nieuwe kist te leggen, nu met het hoofd erbij, en het over te brengen naar de plaatselijke pagode. Daar vond Ferdinand Hamer een voorlopige rustplaats.

Scheutist Jos Van Kerckhoven vroeg in 1901 aan de mandarijn van T’ouo-tch’eng waar het lichaam van Ferdinand Hamer te vinden was. De stoffelijke resten werden in een grafkist gelegd, in afwachting van een passende rustplaats voor Ferdinand Hamer. 

Het linker bovenarmbeen van Ferdinand Hamer.

Louis van Dijck, bisschop in de Ordos, liet in 1918 het stoffelijk overschot van bisschop Hamer opgraven en haalde er een relikwie uit, het linker opperarmbeen.

In 1920 bracht bisschop van Dijck tijdens een grote plechtigheid de stoffelijke resten naar Eul-che-se-king’ti. Daar werden zij in een cederhouten kist gelegd en bijgezet in een speciale grafkelder.

Eul-che-se-king’ti was de standplaats van de bisschoppen in de Ordos. Hier was bisschop Hamer gevangen genomen en weggevoerd naar T’ouo-tch’eng.

Bisschop van Dijck stuurde de relikwie van Ferdinand Hamer naar zijn familie in Nederland. Het linker bovenarmbeen was te zien op de missietentoonstelling in Nijmegen, in mei 1920.

Vitrine in de crypte onder de kapel van het missiehuis van Scheut. Brussel.

Het linker bovenarmbeen van Ferdinand Hamer wordt bewaard in een zilveren koker, in een vitrine, in de crypte onder de kapel van het Missiehuis van Scheut in Brussel. In deze crypte bevindt zich de Chinese sarcofaag met het stoffelijk overschot van Théophile Verbist, de Stichter van de Congregatie. 

In de oorlog tussen China en Japan, van 1937 tot 1945, werd Eul-che-se-king’ti bezet. Japanse soldaten braken, onder protest van de missionarissen, de grafkelder van Mgr. Hamer open. Ze namen aan dat er wapens verborgen lagen. De Japanners wilden zelfs de grafkist openmaken. De missionarissen wisten dat te verhinderen.

Tijdens de culturele revolutie (1966–1976) groeven Rode Gardisten de stoffelijke resten van bisschop Hamer op. En verbrandden ze opnieuw. De as werd verstrooid.